Weet jij of je bouwwerven rendabel zijn? Zo reken je het uit

Je levert een werf op, de klant is tevreden, de factuur is verstuurd. Maar weet je ook hoeveel je eraan hebt verdiend? Veel aannemers ontdekken pas bij de jaarrekening dat sommige werven veel minder winst opleverden dan gedacht. Of erger nog: dat bepaalde projecten zelfs verlies maakten

Het probleem zit zelden in één grote fout. Een paar niet-geregistreerde uren, extra materiaal dat niet wordt doorgerekend of een onderaannemer die duurder uitvalt dan begroot. Kleine afwijkingen kunnen je marge flink onder druk zetten.

Door de rentabiliteit van elke bouwwerf te berekenen, krijg je inzicht in de winstgevendheid van elk project en kan je sneller bijsturen. In deze blog ontdek je hoe je dat aanpakt. 

Wat is rentabiliteit per bouwwerf?

Je hebt een werf afgerond. De oplevering is gebeurd, de klant betaalt. Maar hoeveel heb je er zelf aan overgehouden? Geen idee? Dan ben je niet alleen.

Rentabiliteit per bouwwerf is de verhouding tussen wat een werf opbrengt en wat het je kost. 

Om de rentabiliteit te berekenen, heb je deze informatie nodig: 

  • Omzet: het totaalbedrag dat je factureert aan de opdrachtgever.
  • Kostprijs: alles wat je inzet om de werf af te werken, van arbeidsuren tot materialen en verplaatsingen.
  • Brutomarge: het verschil tussen die twee. Die vertelt je of een werf winstgevend was.

Je jaarcijfers kunnen er prima uitzien, terwijl bepaalde werven je marge stilletjes opeten. Pas als je per project bekijkt waar je geld naartoe gaat, zie je waar het lekt. Bekijk ook hoe je winst per project berekent voor het volledige plaatje.

Welke werfkosten tel je mee bij een bouwcalculatie?

Veel aannemers tellen enkel materialen en uren. Maar voor een correcte kostprijsberekening van een bouwwerf moet je álle directe en indirecte werfkosten meenemen. Anders overschat je al snel je marge.

Directe kosten

Je directe kosten zijn de uitgaven die je rechtstreeks aan een specifieke werf koppelt. Bijvoorbeeld:

  • Arbeidsuren van je eigen personeel en onderaannemers, berekend aan het afgesproken uurloon. 
  • Materiaalkosten, van bouwmaterialen tot afwerkingsproducten. 
  • Huur van materieel, denk aan een kraan, stelling of gespecialiseerd gereedschap.
  • Verplaatsingskosten, zoals brandstof, kilometervergoedingen en transport.
  • Onvoorziene meerwerken, zoals extra werkzaamheden of materialen die tijdens een project ontstaan.

Indirecte kosten en werfoverhead

De indirecte kosten en overhead kosten hangen niet aan een enkele werf, maar je moet ze wel verdelen over je projecten. Denk aan:

  • Kantoor en administratie: huur, boekhouding, telefonie. 
  • Verzekeringen: BA-verzekering, tienjarige aansprakelijkheid.
  • Afschrijvingen: onder andere op je bestelwagen, boormachine of laser. 

Hoe completer je kostenplaatje, hoe betrouwbaarder je marge. Dat begint al bij de offerte: vergeet je daar kosten, dan sleep je dat gat mee tot aan de factuur. Zorg dat je al bij het opmaken van je projectofferte alle directe en indirecte kosten meeneemt.


Hoe bereken je de marge van een bouwproject?

Je berekent de marge van een bouwproject met deze formule:

Brutomarge = omzet - totale werfkosten

Wil je weten hoe rendabel een werf is ten opzichte van je investering? Dan gebruik je de ROI-formule:

ROI per werf (%) = (brutomarge / totale werfkosten) x 100

Rekenvoorbeeld rentabiliteit per werf

Stel, je renoveert een badkamer. De klant betaalt € 25.000. Je totale werfkosten bedragen € 20.000, inclusief materialen, arbeidsuren, onderaannemers en een deel van je overhead.

Je berekent eerst je brutomarge:

Brutomarge = omzet − totale werfkosten
€ 25.000 − € 20.000 = € 5.000

Vervolgens bereken je de rentabiliteit (ROI) van de werf:

ROI (%) = (brutomarge ÷ totale werfkosten) × 100
(€ 5.000 ÷ € 20.000) × 100 = 25%

In dit voorbeeld levert de werf dus een brutomarge van € 5.000 op en bedraagt de rentabiliteit 25%.

Maar die 25% klopt alleen als je werkelijke kosten overeenkomen met je begroting. Stel dat je tijdens de uitvoering € 2.000 extra kosten maakt door bijkomende arbeidsuren en extra materiaal, zonder die kosten door te rekenen aan de klant. Dan stijgen je totale werfkosten naar € 22.000.

Je berekent opnieuw:

Brutomarge = € 25.000 − € 22.000 = € 3.000

ROI (%) = (€ 3.000 ÷ € 22.000) × 100 = 13,6%

Hoewel je omzet gelijk blijft, daalt je rentabiliteit dus van 25% naar 13,6%. Daarom is een nacalculatie zo belangrijk. Pas wanneer je na oplevering de werkelijke uren, materialen en andere kosten vergelijkt met je oorspronkelijke begroting, weet je hoeveel winst je project écht heeft opgeleverd. Twijfel je over de berekening? Ontdek stap voor stap hoe je je winstmarge berekent.


Houd grip op je marges, zonder avondwerk

Je wilt niet 's avonds aan de keukentafel zitten puzzelen met bonnetjes en uren. Herkenbaar? Met Teamleader Focus loopt het hele traject in één lijn, van offerte tot nacalculatie. Alles op een plek.

  • Margeberekening op offertes. Je ziet je winstmarge al voor je de offerte verstuurt, en je inkoopprijs blijft verborgen voor de klant.
  • Budgetbeheer per project. Zodra de offerte goedgekeurd is, start je een project. Uren en materialen kan je eenvoudig bijhouden. Je ziet op elk moment of je binnen je projectbudget blijft. 
  • Tijdregistratie op de werf. Je team registreert uren via de mobiele app, rechtstreeks op de werf. Geen bonnetjes meer of vergeten uren. Zo weet je zeker dat je alle uren factureert.
  • Nacalculatie na oplevering. Na de werf vergelijk je de begroting met de werkelijkheid. Waar zat je te krap? Waar liep het vlot? Die inzichten neem je mee naar je volgende offerte en bouw je aan inzicht in je winstgevendheid per werf, per klant en per type project.

Veelgestelde vragen over marges in de bouw

Wat is een normale marge op materiaal in de bouw?

De meeste aannemers rekenen 10 tot 30% marge op materialen, afhankelijk van het type werk en de afspraken met leveranciers.

Hoeveel marge pakt een aannemer gemiddeld?

De nettowinstmarge in de bouw ligt gemiddeld tussen 2 en 5% op de totale omzet. Overhead en onvoorziene kosten romen de brutomarge flink af.

Wat is het verschil tussen nacalculatie en bouwcalculatie?

Bouwcalculatie is je kostenraming vooraf, waarmee je je verkoopprijs bepaalt. Nacalculatie is de controle achteraf: kloppen je werkelijke kosten met wat je had begroot?

Alles over dit onderwerp
‘t Is makkelijk! Probeer het nu

Gerelateerde blogposts